Allroundschaatsen of allround schaatsen?

TwitterFacebookTumblr

Allround schaatsen Irene Wust

Hey, weer eens een nuttig (?) taaltippie via de taalpost nieuwsbrief. Ingegeven door de actualiteit.

In dit geval het wereldkampioenschap allroundschaatsen van afgelopen weekend in Heerenveen, waar zowel Ireen Wüst als Sven Kramer goud in de wacht sleepten …

Ireen Wüst en Sven Kramer hebben gisteren de wereldtitel in het allroundschaatsen (vier verschillende afstanden) gewonnen. Zijn zij nu ‘allroundschaatsers’ of ‘allround schaatsers’?

‘Allround’ is volgens Van Dale een bijvoeglijk naamwoord. ‘Een allround schaatser’ is dus goed: dat is een schaatser die van alle markten thuis is. Misschien kan hij of zij ook wel heel goed kunstschaatsen en marathons rijden. Maar bijvoeglijke naamwoorden kunnen ook als bijwoord worden gebruikt; in combinatie met een zelfstandig naamwoord wordt het dan één woord. ‘Allroundschaatsen’ is zo’n vaste combinatie, met een vaste betekenis: zowel sprint- als langere afstanden beheersen en dat laten zien in wedstrijden over 500 tot 10.000 meter. Iemand die die sport beoefent, is een ‘allroundschaatser’.

Het verschil in schrijfwijze blijkt ook uit de klemtoon: die ligt bij aaneenschrijven op het eerste woorddeel (‘allróúndschaatser’) en als je het los schrijft vooral op het laatste (‘allround scháátser’).

  · ·

Nullbeta aka HansR babbelt deze website louter op persoonlijke titel vol. Mogelijkerwijs worden Nullbeta's standpunten niet gedeeld door de organisatie die z'n boterham belegt. Maar kan dat iemand boeien?