je kijkt naar nullbeta home » spelling

Taal top 100

Schrijven is een uitdaging. Een goede tekst tekst op je weblog zetten is geen sinecure. Sommige schrijvers zijn beter dan anderen. Maar even los van talent, wanneer je schrijft is het belangrijk om foutloze teksten te produceren. Niemand zit te wachten op een artikel waarin het barst van de taalfouten.

Ondanks het feit dat ik maar een eenvoudige codeknager ben en geen webredacteur mocht ik afgelopen week aanschuiven bij de bedrijfscursus schrijven voor het web, gegeven door iemand van Hendrikx van der Spek. In het gezelschap van voornamelijk communicatieadviseurs babbelden we over de do’s en don’ts van een goede webtekst.

Maar daarover wil ik het echter niet hebben. Wat wil ik dan wel kwijt? Nou, dat de trainer ons attendeerde op een prima boekje op het gebied van spelling. Ik heb een redelijk goed taalgevoel, maar teveel doe ik op intuïtie. Helaas gaan de Nederlandse taal en spelling op gevoel niet erg goed samen. Mijn vorige post over een woning in de vrije sector uhh ik bedoel een vrijesectorwoning getuigt daarvan. Een goed naslagwerkje is daarom meer dan welkom:

Taal top 100. De meestgestelde vragen over het Nederlands.

Dat was waar ik naar op zoek was. Een overzicht van de belangrijkste taalregels voor het Nederlands. De spelling van het Groene Boekje. Maar ook die van het minder strenge Witte Boekje. Meteen heb ik het boek besteld. Nu al beschouw ik het als een onmisbaar werk in mijn collectie. Want wist je wat de regels zijn voor het schrijven van eigennamen?

Gewone woorden en de meeste afkortingen krijgen kleine letters; vandaar mevrouw en drs. Eigennamen krijgen hoofdletters – althans in elk geval de hoofddelen daarvan: Berg, Jong. Tussenvoegsels (van, de, der, enzovoort) krijgen alleen een hoofdletter als er geen ander deel van de naam voor staat.

Stel, iemand heet Sandra de Jong. Haar voor- en achternaam krijgen dan een hoofdletter; het tussenvoegsel de niet. Het is ook S. de Jong. Maar als de voornaam of voorletter wordt weggelaten krijgt het voorvoegsel wel een hoofdletter: mevrouw De Jong, familie Van den Berg. Het gaat hierbij alleen om het eerste tussenvoegsel in iemands naam, dus in Van den Berg-de Jong blijven den en de altijd klein.

Kijk. Da’s praktische info waar je wat aan hebt! Met andere woorden, minder klooien en noodgedwongen vertrouwen op gut feel. Voor nog 99 andere tips over het Nederlands schaf  je daarom razendsnel dit boek aan: ISBN 978-90-12-12293-1.

  · ·

Over sociale huur en vrije sector woningen

Verleden week stuurde een webredacteur een wijzigingsdocument voor één van onze websites. In deze redactionele tekst werd gesproken over vrijesectorhuurwoningen. Het staat niet in onze job description, maar m’n collega  en ik startten een discussie over de manier waarop dit woord geschreven was.

Da’s toch niet de goede spelling? Natuurlijk niet. Daar moeten spaties in. Je schrijft het als vrije sector huurwoningen? Met andere woorden, ik had er zo 100 euro op durven inzetten dat de spelling als één woord incorrect is. Volgens woordenlijst.org (een website van de Nederlandse Taalunie) is vrijesectorhuurwoningen echter wel degelijk de goede spelling. Damn. Weg eurootjes!

En hoe zit het dan met huizen die in de categorie sociale huur vallen? Is een appartement met een huurprijs van 450 euro per maand bijvoorbeeld een socialehuurwoning? Of hebben we het hier toch over een sociale huurwoning? Op basis van het vrijesectorwoningen voorbeeld zou je denken aan een spelling zonder spaties. Helaas kom je de combinatie van sociale en huur niet tegen op woordenlijst.org en geeft de website geen uisluitsel.

Dit soort taaldingetjes ondermijnt m’n zelfvertrouwen op het gebied van spelling. Ik weet het niet meer. Niks is zeker. Behalve dan dat taalgevoel en “common sense” niet garant staan voor een juist gespeld woord.

Heeft iemand een suggestie voor een online resource die helpt het vertrouwen in mijn eigen taalgevoel op te vijzelen?

  ·

Marsepijn is fijn

In de jaren dat ik bij de Koninklijke Landmacht rondrende riepen we vol enthousiasme:

Pijn is fijn. Jeuk is leuk. Bloed moet.

Ik weet, dat slaat nergens op. Maar — leve de vrije associatieve therapie — daar moest ik aan denken toen ik in een weekkrantje de volgende advertentie tegenkwam:

Weekend aanbieding: een lente marsepijn stukje voor een kleine 7 euro.

Oh my god!

marsepijn

Wat geniet jouw voorkeur? Adverteer je met een aanbieding waarmee je grammaticaal ongenadig de peinbank opgaat? Of  kies je ervoor om gewoon lekkere marsepijn smikkels te maken? En maar te hopen dat er ook daadwerkelijk klanten op afkomen?

  ·

DT Reizen is verhuist

DT Reizen is verhuist

Proest. Gezien in het altijd gezellige Stadshart van Almere, de mededeling van D-reizen dat ze een ander pand hebben betrokken.

Nu maak ik me ook weleens schuldig aan het schrijven van teksten met een slechte zinsbouw en mistig taalgebruik. En ach spelfouten, die worden toch zo vaak gemaakt. Ondanks dat het flauw is kon ik het misbruik van de voltooide vorm van verhuizen

in combinatie met de letter d in D-Reizen gewoon niet negeren:

Een toffe vakantie boek je bij D-reizen. Of was het nou T-Reizen? DT-Reizen misschien???? Zie je die bevestigingsbrief al voor je als je een tripje boekt?

DT-Reizen – dezelfde rijs voor de laagste preis
Geagte heer Rochad,Hartelijk bedankt dat u een reis heeft geboekd bij DT Reizen. Wij van T-Reizen staan garand voor een goet reisatvies. Eraan bijdragen dat u de reis van u leve meemaakd is ons doel.

Met vriendelijke groed,
DT-Reizen, u reisburo

  ·

Allroundschaatsen of allround schaatsen?

Allround schaatsen Irene Wust

Hey, weer eens een nuttig (?) taaltippie via de taalpost nieuwsbrief. Ingegeven door de actualiteit.

In dit geval het wereldkampioenschap allroundschaatsen van afgelopen weekend in Heerenveen, waar zowel Ireen Wüst als Sven Kramer goud in de wacht sleepten …

Ireen Wüst en Sven Kramer hebben gisteren de wereldtitel in het allroundschaatsen (vier verschillende afstanden) gewonnen. Zijn zij nu ‘allroundschaatsers’ of ‘allround schaatsers’?

‘Allround’ is volgens Van Dale een bijvoeglijk naamwoord. ‘Een allround schaatser’ is dus goed: dat is een schaatser die van alle markten thuis is. Misschien kan hij of zij ook wel heel goed kunstschaatsen en marathons rijden. Maar bijvoeglijke naamwoorden kunnen ook als bijwoord worden gebruikt; in combinatie met een zelfstandig naamwoord wordt het dan één woord. ‘Allroundschaatsen’ is zo’n vaste combinatie, met een vaste betekenis: zowel sprint- als langere afstanden beheersen en dat laten zien in wedstrijden over 500 tot 10.000 meter. Iemand die die sport beoefent, is een ‘allroundschaatser’.

Het verschil in schrijfwijze blijkt ook uit de klemtoon: die ligt bij aaneenschrijven op het eerste woorddeel (‘allróúndschaatser’) en als je het los schrijft vooral op het laatste (‘allround scháátser’).

  · ·