Terug naar school – wiskunde 101 met het driehoeksgetal

TwitterFacebookTumblr

Dat krijg je met een dochter op de middelbare school: je word te pas en te onpas voor de Ik snap er niks van. Leg het eens uit kar gespannen. Dochter Lynn weet me vooral voor haar wiskunde-vragen te vinden. En laat dat nou net het vak zijn waarin ik vroeger bijzonder zwak was.

Met een mager 5-je op m’n HAVO eindlijst en na een mislukt wiskunde-A avontuur op het VWO, besloot ik blootstelling aan wiskunde voortaan zoveel mogelijk te vermijden.

Het gekke is … ik vind het nog bijna leuk ook om Lynn’s wiskundeproblemen te tacklen. Het geeft me de kans om mijn eigen — beperkte en roestige — wiskundeknobbeltje wat op te poetsen. Zo heb ik bijvoorbeeld het driehoeksgetal (her)ontdekt.

driehoeksgetal

n=7.

Hoeveel punten zitten er in de figuur?

Wat is de formule om het aantal punten in de figuur te berekenen?

Waar ik op het eerste deel van de vraag (hoeveel punten er in de figuur zitten) nog wel snel een antwoord kon verzinnen, kwam ik er niet uit bij de formule. Aaaargh! Daar kan ik niet tegen. Dat betekent dat ik aan het tellen ben en niet aan het berekenen. Hoe wil ik in hemelsnaam snel het antwoord op de vraag hoeveel punten zijn er bij n=23? vinden?

Een tijdje diep nadenken en Googlen brengt uitkomst. Eureka! Het is de formule van het driehoeksgetal die ik nodig heb:

½ * n * (n+1)

Of beter gezegd, in het geval van de wiskunde-opdracht van Lynn, gebruik ik een afgeleide hiervan:

½ * (n-1) * n + (n²)

om het aantal punten in de vorm te berekenen.

Misschien dat ik er over een jaar of vijf alsnog in slaag een voldoende voor wiskunde op m’n HAVO eindlijst te toveren.

  · ·

Nullbeta aka HansR babbelt deze website louter op persoonlijke titel vol. Mogelijkerwijs worden Nullbeta's standpunten niet gedeeld door de organisatie die z'n boterham belegt. Maar kan dat iemand boeien?